beetpakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beet·pak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beetpakken
pakte beet
beetgepakt
zwak -t volledig

Werkwoord

beetpakken

  1. overgankelijk grijpen en vasthouden
    • Hij pakte de dader beet en belde de politie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.