beestte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beest·te

Werkwoord

vervoeging van
beesten

beestte

  1. enkelvoud verleden tijd van beesten
    • Ik beestte. 
    • Jij beestte. 
    • Hij, zij, het beestte.