beaming
Uiterlijk
- be·a·ming
- Naamwoord van handeling van beamen met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beaming | beamingen |
| verkleinwoord |
de beaming v
- uiting die aangeeft dat je het ergens mee eens bent
- Het woord 'beaming' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beaming" herkend door:
| 87 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Michel Krielaars 26 augustus 2016 ‘Ik schrijf geen boeken, ik praat boeken’
- ↑ De Standaard 30/04/2011 door bdd, Wim Winckelmans, Isabel Albers Nieuwe CD&V-ideologie is klaar
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be