beaming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·a·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beaming beamingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beaming v [1]

  1. uiting die aangeeft dat je het ergens mee eens bent
    • „Die cultuur wordt gekarakteriseerd door een beaming van het leven, omdat het anders niet uit te houden zou zijn. [2] 
    • Torfs: 'Ik vind het zelfs een beaming van wat het leven is. De keuzes die mensen maken in het leven zijn meestal ook mossel noch vis. Zij maken ook compromissen.' [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Michel Krielaars 26 augustus 2016 ‘Ik schrijf geen boeken, ik praat boeken’
  3. De Standaard 30/04/2011 door bdd, Wim Winckelmans, Isabel Albers Nieuwe CD&V-ideologie is klaar
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be