bevestiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bevestiging schutting aan paal
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ves·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevestiging bevestigingen
verkleinwoord bevestigingetje bevestigingetjes

Zelfstandig naamwoord

bevestiging v

  1. het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
    • Bij deze bevestigen we de vanmiddag gemaakte afspraken. 
  2. het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
    • Het hek werd aan de paal bevestigd. 
  3. datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten
    • Het hek was gevallen nadat de bevestiging was gebroken. 
  4. (psychologie) het zoeken naar goedkeuring van eigen handelen door anderen
     In het begin van mijn tocht voelde het heel onnatuurlijk om op mijn intuïtie te vertrouwen. Ik was telkens op zoek naar bevestiging en te onzeker om helemaal alleen een beslissing te nemen.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. bevestiging op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be