bevestiging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

bevestiging schutting aan paal
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ves·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevestiging bevestigingen
verkleinwoord bevestigingetje bevestigingetjes

Zelfstandig naamwoord

bevestiging v

  1. het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
    • Bij deze bevestigen we de vanmiddag gemaakte afspraken. 
  2. het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
    • Het hek werd aan de paal bevestigd. 
  3. datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten
    • Het hek was gevallen nadat de bevestiging was gebroken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl