bevestiging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

bevestiging schutting aan paal
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ves·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevestiging bevestigingen
verkleinwoord bevestigingetje bevestigingetjes

Zelfstandig naamwoord

bevestiging v

  1. het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
    Bij deze bevestigen we de vanmiddag gemaakte afspraken.
  2. het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
    Het hek werd aan de paal bevestigd.
  3. datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten
    Het hek was gevallen nadat de bevestiging was gebroken.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl