bazin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·zin
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van baas met het achtervoegsel -in.
enkelvoud meervoud
naamwoord bazin bazinnen
verkleinwoord bazinnetje bazinnetjes

Zelfstandig naamwoord

bazin v

  1. vrouwelijke baas
    • De kat zoekt een nieuw baasje of bazinnetje. 
    • Aan de bar dronk ik samen met de bazin van het café een biertje. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie