bazin
Uiterlijk
- ba·zin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bazin | bazinnen |
| verkleinwoord | bazinnetje | bazinnetjes |
de bazin v
- vrouwelijke baas
- De kat zoekt een nieuw baasje of bazinnetje.
- Aan de bar dronk ik samen met de bazin van het café een biertje.
- ▸ Met zijn linkerhand hield Isaac de kip stil op de houten vloer. Ze maakte een gedempt tokgeluidje en zocht verwoed naar de koelte van de tas van haar bazin.[1]
- Het woord bazin staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bazin" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton (vert. Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -in in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %