bazin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·zin
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van baas met het achtervoegsel -in.
enkelvoud meervoud
naamwoord bazin bazinnen
verkleinwoord bazinnetje bazinnetjes

Zelfstandig naamwoord

bazin v

  1. vrouwelijke baas
    De kat zoekt een nieuw baasje of bazinnetje.
    Aan de bar dronk ik samen met de bazin van het café een biertje.
Synoniemen
Vertalingen