autostoel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autostoel autostoelen
verkleinwoord autostoeltje autostoeltjes

Zelfstandig naamwoord

autostoel m

  1. een zitplaats in een auto
Vertalingen