autogordel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

autogorders verplicht in nieuwe auto's in 1971
Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·gor·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autogordel autogordels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

autogordel m

  1. (verkeer) een riem die een inzittende van een auto beschermt bij een ongeluk
    • De Nederlandse ingenieur Anton van Zanten (1940) heeft donderdag in Lissabon de ‘Lifetime Achievement Award’ van het Europese Octrooibureau gekregen voor de uitvinding van het elektronische stabiliteitsprogramma (ESP). Van Zanten: „Dat de Mercedes A-klasse in 1997 bij de elandtest omrolde was voor ons een blessing in disguise.” De boordcomputer herkent een gevaarlijke beweging of een slip, en corrigeert daarvoor door gedoseerd te remmen op elk wiel afzonderlijk. Van Zanten: „De computer stuurt in feite door te remmen.’” ESP, ook bekend als ESC, geldt als de belangrijkste uitvinding op het gebied van rijveiligheid na de autogordel. „Het verschil is dat de veiligheidsgordel geen ongelukken voorkomt”, zegt Van Zanten. „En ESC wel.” Volgens Bosch, waar Van Zanten zijn systeem ontwikkelde, heeft ESP tot nu toe een kwart miljoen ongelukken voorkomen, waardoor circa 8.500 levens zijn gespaard.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Joost van Kasteren 9 juni 2016