ascese

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·ce·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onthouding’ voor het eerst aangetroffen in 1832 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ascese -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ascese v [3]

  1. (religie) (filosofie) onthouding van alle zingenot uit religieuze overwegingen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen