archer

Uit WikiWoordenboek

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
archer archers

Zelfstandig naamwoord

archer

  1. (persoon) (sport) boogschutter
  2. (persoon) (militair) (historisch) boogschutter

Gangbaarheid

99 % van de Amerikanen;
99 % van de Britten.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 30 september 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 18 februari 2020 “Measures of word prevalence for 61,800 English words” op ugent.be


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  archer     l'archer     archers     les archers  

Zelfstandig naamwoord

archer m

  1. (persoon) (sport) boogschutter
  2. (persoon) (militair) (historisch) boogschutter
  3. (persoon) (historisch) schutter, wacht