appetijtelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pe·tij·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen appetijtelijk appetijtelijker appetijtelijkst
verbogen appetijtelijke appetijtelijkere appetijtelijkste
partitief appetijtelijks appetijtelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

appetijtelijk

  1. eetlust opwekkend
    • Zij bakte een appetijtelijke appeltaart. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be