bezopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bezopen
verbogen bezopen

Bijvoeglijk naamwoord

bezopen

  1. bijzonder dronken
    • De bezopen automobilist veroorzaakte een ernstig ongeval. 
  2. bijzonder onzinnig
    • Wat een bezopen maatregel hebben ze daar in Brussel nu weer bedacht! 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bezuipen

bezopen

  1. meervoud verleden tijd van  zich bezuipen
    • Wij bezopen ons. 
    • Jullie bezopen je. 
    • Zij bezopen zich. 
  2. voltooid deelwoord van bezuipen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.