Naar inhoud springen

bezopen

Uit WikiWoordenboek
  • be·zo·pen
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen bezopenbezopenerbezopenst
verbogen bezopenerebezopenste
partitief bezopensbezopeners-

bezopen

  1. bijzonder dronken
    • De bezopen automobilist veroorzaakte een ernstig ongeval. 
  2. bijzonder onzinnig
    • Wat een bezopen maatregel hebben ze daar in Brussel nu weer bedacht! 
vervoeging van
bezuipen

bezopen

  1. meervoud verleden tijd van  zich bezuipen
    • Wij bezopen ons. 
    • Jullie bezopen je. 
    • Zij bezopen zich. 
  2. voltooid deelwoord van bezuipen
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be