anti

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord anti anti's
verkleinwoord antietje antietjes

Zelfstandig naamwoord

anti m

  1. de tegenstander
    De anti's hebben de verkiezingen verloren.
Vertalingen

Bijwoord

anti

  1. tegen
    Ik ben vaak anti, vooral als andere mensen vóór zijn.
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Aymara

Zelfstandig naamwoord

anti

  1. (scheikunde) koper


Quechua

Compass Rose nolabels.svg
Ch
A
K
U

Bijwoord

anti

  1. (windstreek) oost