anesthesie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·es·the·sie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gevoelloosheid’ voor het eerst aangetroffen in 1663 [1]
  • afgeleid van het Griekse 'aísthēsis' (gevoel) met het voorvoegsel an- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord anesthesie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

anesthesie ; v

  1. (medisch): verdoving of narcose
  2. specialisme dat zich bezighoudt met narcose
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen