anesthesie
Uiterlijk
- Geluid: anesthesie (hulp, bestand)
- an·es·the·sie
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gevoelloosheid’ voor het eerst aangetroffen in 1663 [1]
- afgeleid van het Griekse 'aísthēsis' (gevoel) met het voorvoegsel an- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | anesthesie | |
| verkleinwoord |
de anesthesie v
- (medisch): verdoving of narcose
- specialisme dat zich bezighoudt met narcose
- ▸ 'Haar bloeddruk is nu weer goed, maar ik denk dat anesthesie moet checken of alles oké is.[3]
- ▸ Bovendien wilde de Raad van Bestuur weten of de betrokken afdelingen Eerstelijnsgeneeskunde en Anesthesie hun kwaliteitssysteem voor het waarborgen van de integriteit van onderzoeksdata wel op orde hadden.[4]
- Het woord anesthesie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "anesthesie" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "anesthesie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ anesthesie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “Het dossier” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021042503 - ↑ Kolfschooten, Frank van“Ontspoorde wetenschap” (2012), De Kring, ISBN 9789491567087
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Voorvoegsel an- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %