verdoving

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·do·ving
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdoving verdovingen
verkleinwoord verdovinkje verdovinkjes

Zelfstandig naamwoord

verdoving v

  1. verbijstering
  2. (medisch) bedwelming door een middel om geen bewustzijn te hebben, volledig of gedeeltelijk
    • Bij de tandarts kreeg hij een verdoving. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie