analfabete

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·al·fa·be·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord analfabete analfabetes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

analfabete m

  1. vrouw die niet kan lezen of schrijven
     Als analfabete is zij afhankelijk van de diensten van een briefschrijver, waarvoor zij ook nog eens haar laatste centen moet neertellen.[1]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 9 juni 2020 Weblink bron Etienne Britz Dulle Griet in Zoeloeland in: Algemeen Dagblad op Wikipedia, jrg. 49 nr. 238 (3 februari 1995), Stichting Algemeen Dagblad, Rotterdam, p. 20 kol. 6


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·alfa·be·te
Naar frequentie zeldzaam

Bijvoeglijk naamwoord

analfabete

  1. bepaald enkelvoud van analfabet

analfabete

  1. onbepaald meervoud van analfabet

analfabete

  1. bepaald meervoud van analfabet