altist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·tist
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van alt met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord altist altisten
verkleinwoord altistje altistjes

Zelfstandig naamwoord

altist m

  1. (muziek) (beroep) een bespeler van een alt-instrument
    • De altist speelt op een gammele saxofoon. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be