afzuigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zui·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afzuigen
/ˈɑf.zʌʏ.ɣə(n)/
zoog af
/zox ˈɑf/
afgezogen
/ˈɑf.xə.zo.ɣə(n)/
klasse 2 volledig

Werkwoord

(scheidbaar)
afzuigen

  1. overgankelijk door toepassing van zuiging of ventilatie een meestal gasvormige stof verwijderen
    • De hinderlijke dampen werden afgezogen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.