Naar inhoud springen

afzijdig

Uit WikiWoordenboek
  • af·zij·dig
  • Samenstellende afleiding van af en zijde met het achtervoegsel -ig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen afzijdigafzijdigerafzijdigst
verbogen afzijdigeafzijdigereafzijdigste
partitief afzijdigsafzijdigers-

afzijdig

  1. zich ~ houden: zich er niet mee bemoeien, ervoor kiezen niet mee te doen
    • De kerken hebben zich tot nu toe in het conflict grotendeels afzijdig gehouden. 
     Zijn wandelingen hebben hem geïntroduceerd in de kringen van de talrijke daklozen, half-daklozen en semi-daklozen maar hij houdt zich desondanks afzijdig uit een hardnekkige besmettingsangst.[1]
  2. neutraal, niet betrokken
    • Het land kan zich geen afwachtende en afzijdige houding veroorloven. 
    • Hij koos voor een afzijdige koers in zijn buitenlands beleid. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be