afschrijving
Uiterlijk
- Geluid: afschrijving (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɑfsxrɛɪvɪŋ / (4 lettergrepen)
- af·schrij·ving
- Naamwoord van handeling van afschrijven met het achtervoegsel -ing [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | afschrijving | afschrijvingen |
| verkleinwoord | afschrijvinkje | afschrijvinkjes |
de afschrijving v
- (economie) een jaarlijks afgeboekt bedrag op een begroting om in rekening te brengen dat sommige goederen een beperkte levensduur bezitten
- De afschrijving daarvan is over vijf jaar gespreid.
- (financieel) een mededeling dat een bedrag op een rekening verrekend is
- Ik heb daar nog geen afschrijving gezien.
1. een jaarlijks afgeboekt bedrag op een begroting om in rekening te brengen dat sommige goederen een beperkte levensduur beziten
- Het woord afschrijving staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afschrijving" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ afschrijving op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %