afketsen
Uiterlijk
- af·ket·sen
- samenstelling van af bw en ketsen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afketsen |
ketste af |
afgeketst |
| zwak -t | volledig | |
afketsen
- een voorstel verwerpen
- ▸ Nu lijkt het of mijn adviezen almaar afketsen op een muur van afweer en coping. 'We gaan het gesprek afronden,' zeg ik bruusker dan ik wil.'Ik zal het dossier sluiten bij de verzekeraar.Je kunt gaan.'[1]
- ergatief afstuiten, ergens tegenaan botsen en van richting veranderen
- ergatief terugstuiten
- Het woord afketsen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afketsen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %