Naar inhoud springen

afketsen

Uit WikiWoordenboek
  • af·ket·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afketsen
ketste af
afgeketst
zwak -t volledig

afketsen

  1. een voorstel verwerpen
     Nu lijkt het of mijn adviezen almaar afketsen op een muur van afweer en coping. 'We gaan het gesprek afronden,' zeg ik bruusker dan ik wil.'Ik zal het dossier sluiten bij de verzekeraar.Je kunt gaan.'[1]
  2. ergatief afstuiten, ergens tegenaan botsen en van richting veranderen
  3. ergatief terugstuiten
98 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be