afgericht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·richt

Deelwoord

deelwoord
onverbogen afgericht
verbogen afgerichte
vervoeging van
africhten

afgericht voltooid deelwoord van africhten

  1. vormt de voltooide tijden
    Hij heeft de grote witte wolfshond afgericht om zijn kudde schapen te bewaken.
  2. vormt de lijdende vorm
    Hulphonden worden inmiddels ook afgericht om autistische kinderen en kinderen met andere ontwikkelingsstoornissen te helpen.
  3. attributief gebruikt
    Met speciaal afgerichte honden en varkens wordt gezocht naar bosvruchten.
  4. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    De honden zijn afgericht voor het zoeken naar truffels.