gelegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·le·gen
Woordherkomst en -opbouw
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van liggen: de stam met omvoegsel ge- -en en een klinkerwisseling i-e (IPAː /ɪ/ - /e/), waarna verdubbeling van de medeklinker niet meer nodig is voor de uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gelegen gelegener gelegenst
verbogen - - -
partitief gelegens gelegeners -

Bijvoeglijk naamwoord

gelegen [1]

  1. geschikt, goed uitkomend
    • Dit bezoek komt me nu niet gelegen 
Afgeleide begrippen
Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van: liggen…
geen verbogen vorm

gelegen

  1. voltooid deelwoord van liggen
     Ik filterde zo snel mogelijk een liter water voor mijn avondmaal en zocht een wat hogerop gelegen plek in de hoop daar wat minder last van de insecten te hebben.[2]
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be