aeroloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ae·ro·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel aero- met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord aeroloog aerologen
verkleinwoord aeroloogje aeroloogjes

Zelfstandig naamwoord

aeroloog m

  1. (meteorologie) (beroep) iemand die zich bezig houdt met weerkunde van de hogere luchtlagen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid