adstructie
Uiterlijk
- Geluid: adstructie (hulp, bestand)
- IPA: / ɑtˈstrʏksi / (3 lettergrepen)
- ad·struc·tie
- Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘toelichting, staving’ voor het eerst aangetroffen in 1683 [1]
- uit het Latijn [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adstructie | adstructies |
| verkleinwoord |
- onderbouwing, redenen om te komen tot een conclusie
- toelichting, nadere opgaaf van redenen
- Deze moeders lijken in niets op de vrouwen op het schoolplein in Amsterdam. (...) Ik maak stiekem een paar foto’s met mijn telefoon, om naar huis te sturen ter adstructie van mijn verbazing.[4]
- Het woord adstructie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ "adstructie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ adstructie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Pieter van Os 29 december 2014