achterhoofd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

achterhoofd
Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·hoofd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterhoofd achterhoofden
verkleinwoord achterhoofdje achterhoofdjes

Zelfstandig naamwoord

achterhoofd o

  1. (anatomie) het achterste deel van het hoofd
Uitdrukkingen en gezegden
  • op je achterhoofd vallen
dom zijn (Hij is niet op zijn achterhoofd gevallen = hij is slim)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.