abdicatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·di·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord abdicatie abdicaties
verkleinwoord abdicatietje abdicatietjes

Zelfstandig naamwoord

abdicatie v

  1. troonsafstand
    • De abdicatie van Koningin Juliana. 
  2. het al dan niet vrijwillig afstand doen van iets
    • De abdicatie van de rechtsstaat. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen