Naar inhoud springen

aaneengesloten

Uit WikiWoordenboek
  • aan·een·ge·slo·ten
vervoeging van: aaneensluiten…
verbogen vorm: aaneengeslotene

aaneengesloten

  1. voltooid deelwoord van aaneensluiten
stellend
onverbogen aaneengesloten
verbogen
partitief aaneengeslotens
  1. zonder tussenruimte
    • Wij hadden drie aaneengesloten weken vakantie. 
    ▸ De camper en de bestuurderscabine vormen een aaneengesloten geheel en dat moet dus letterlijk van voor tot achter (op een onderstel) nieuw worden geconstrueerd.[1]
    ▸ Na een tijdje verdwijnt zowaar de jeuk en kan ik me weer concentreren op de prachtige route. We lopen inmiddels door een glooiend heuvellandschap van aaneengesloten akkers in verschillende kleurschakeringen.[2]
  1. zonder stoppen; zonder pauze
    ▸ Ze kon zich niet herinneren ooit zo lang aaneengesloten te hebben gesproken.[3]
  1. ↑ Bronlink geraadpleegd op 23 september 2022 Weblink bron “Op zoek naar de ideale camper? Uit deze soorten kun je kiezen” (11-05-2021), Tubantia
  2. ↑
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. ↑ “All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2