aanbewijzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·wij·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanbewijzen
bewees aan
aanbewezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

(scheidbaar)
aanbewijzen

  1. (verouderd) als rechtmatig eigendom toewijzen
    • ..ende alle koopwaaren .. den eigenaaren aanbewees. -Hooft-.[1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. blz. 67, M. de Vries en L.A. te Winkel. Woordenboek der Nederlandsche Taal. 1882. Nijhoff. Sijthoff en Stemberg