aalstal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·stal
Woordherkomst en -opbouw

samenstelling van  aal zn  en  stal zn 

enkelvoud meervoud
naamwoord aalstal aalstallen
verkleinwoord aalstalletje aalstalletjes

Zelfstandig naamwoord

aalstal m [1]

  1. (visserij) afsluiting in water om aal te vangen
    • De aalstal zat vol met vette alen. 

Gangbaarheid

14 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen