Normandische

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Nor·man·di·sche
enkelvoud meervoud
naamwoord Normandische Normandischen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Normandische v

  1. (demoniem) een vrouwelijke inwoner van Normandië, of een vrouw afkomstig uit Normandië
Verwante begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

Normandische

  1. verbogen vorm van de stellende trap van Normandisch

Gangbaarheid