Lotterielos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ein Lotterielos von 1891
Een loterijbriefje van 1891

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Lot·te·rie·los
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Duitse zelfstandige naamwoorden Lotterie en Los
enkelvoud meervoud
nominatief das Lotterielos die Lotterielose
genitief des Lotterieloses der Lotterielose
datief dem Lotterielos den Lotterielosen
accusatief das Lotterielos die Lotterielose

Zelfstandig naamwoord

Lotterielos, o

  1. loterijbriefje, loterijlot
Hyperoniemen