Franeker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

demoniem
inwoner Franeker
vrouwelijke inwoner Franekerse
bijvoeglijk Franekers (Franeker)
Uitspraak
Woordafbreking
  • Fra·ne·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord Franeker -
verkleinwoord - -

Eigennaam

Franeker o

  1. (toponiem) stad in het westen van Friesland
    • De stad Franeker heeft vroeger een universiteit gehad. 
enkelvoud meervoud
naamwoord Franeker Franekers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Franeker m

  1. (demoniem) een inwoner van Franeker, of iemand afkomstig uit Franeker
Verwante begrippen
stellend
onverbogen Franeker
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

Franeker

  1. (demoniem) gerelateerd aan of afkomstig uit Franeker
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie