-itis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Huidig
bestand
25
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord -itis -itissen
verkleinwoord -itisje -itisjes

Achtervoegsel

-itis v [2]

  1. (medisch) ontsteking van het deel van het lichaam dat het grondwoord noemt
  2. (pejoratief) denkbeeldige ziekte, die vaak een overmaat van het grondwoord uitdrukt, zoals "regulitis": te veel regulering of "vergaderitis": te veel vergaderingen
Hyponiemen

Gangbaarheid

Verwijzingen