rachitis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·chi·tis
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘Engelse ziekte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rachitis rachitissen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rachitis v

  1. (medisch) Engelse ziekte
Vertalingen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen