laryngitis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ryn·gi·tis
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘strottenhoofdontsteking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord laryngitis laryngitissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

laryngitis v

  1. (medisch) slijmvliesontsteking van het strottehoofd
Vertalingen

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders
76 % van de Vlamingen.

Verwijzingen