olympisch
Uiterlijk
- olym·pisch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | olympisch | olympischer | |
| verbogen | olympische | olympischere | |
| partitief | olympisch | olympischers | - |
olympisch
- (sport) verband houdend met de Olympische Spelen
- Hij was apetrots op zijn olympische bronzen plak.
- ▸ Al deze antiquarische en archeologische aandacht leidde tot pogingen de olympische gedachte te laten herleven.[1]
- ▸ Het zag er echt niet uit als een zwemmende olympische goudenmedaillewinnaar, ik zou het tempo zelf hebben kunnen volgen.[2]
- het olympisch vuur
de vlam van de olympische spelen
1. verband houdend met de Olympische Spelen
- Het woord olympisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "olympisch" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044632767 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -isch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %