διάβολος

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Grieks

Uitspraak
Woordafbreking
  • δι‧ά‧βο‧λος
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

διάβολος m

  1. (religie) duivel, bijnaam voor Satan
  2. belasteraar, kwaadspreker


Oudgrieks

Uitspraak
  • IPA: /di.ˈa.bɔ.los/
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

διάβολος m

  1. (religie) duivel, bijnaam voor Satan
  2. lasteraar, kwaadspreker

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 10 oktober 2020 Weblink bron Henry George Liddell & Robert Scott “An Intermediate Greek-English Lexicon, διάβολος”