Naar inhoud springen

âne

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: ane
  • van het Latijnse asinus (ezel)
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   âne     l'âne     ânes     les ânes  
vrouwelijk   ânesse     l'ânesse     ânesses     les ânesses  

âne m

  1. (onevenhoevigen) ezel (dier)
  2. (spreektaal) (figuurlijk) ezel, idioot, stommeling
    «Cet âne, je vais lui secouer les puces.»
    Ik zal die stommeling eens flink de waarheid zeggen (letterlijk: de vlooien opschudden). [1]
  • âne bâté
    stomme ezel, idioot
  • dos d'âne
    blut (in de weg)
  • faire l'âne pour avoir du son
    de domme uithangen om iets te weten te komen
  • [1] passer du coq à l'âne
    van de hak op de tak springen
  • [1] peau d'âne
    diploma, papiertje (letterlijk: ezelhuid)
  • [1] peser un âne mort
    zo zwaar zijn als een baksteen (letterlijk: (zoveel als) een dode ezel wegen)
  • [1] sauter du coq à l'âne
    van de hak op de tak springen
  • [1] têtu comme un âne
    zo koppig als een ezel
  • [1] toit en dos d'âne
    zadeldak
  • [1] être monté comme un âne
    groot geschapen zijn (letterlijk: opgetuigd zijn als een ezel)
  • les chevaux courent les bénéfices et les ânes les attrapent
    • de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (een verdienste blijft vaak onbeloond)