zuiveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| zuiveren | zuiverend |
| zuivering | gezuiverd |
Uitspraak
Woordafbreking
- zui·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zuiveren |
zuiverde |
gezuiverd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zuiveren (overgankelijk)
- van verontreinigingen ontdoen
- Dit rietbed zuivert het rivierwater.
- (techniek) raffineren, veredelen
- (politiek) ontdoen van politieke tegenstanders
- van een smet bevrijden
- fouten of onvolkomenheden verwijderen uit
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. van verontreinigingen ontdoen