reinigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rei·ni·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| reinigen |
reinigde |
gereinigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
reinigen
- zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen