louteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lou·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| louteren |
louterde |
gelouterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
louteren
- (overgankelijk) zuiveren
- zedelijk verbeteren
- (overgankelijk) (metallurgie), (scheikunde) zuiveren van een stof, met name door blootstelling aan hoge temperaturen
- Het goud werd gesmolten en in het vuur gelouterd.