louteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lou·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
louteren
louterde
gelouterd
zwak -d volledig

Werkwoord

louteren

  1. (overgankelijk) zuiveren
  2. zedelijk verbeteren
  3. (overgankelijk) (metallurgie), (scheikunde) zuiveren van een stof, met name door blootstelling aan hoge temperaturen
    Het goud werd gesmolten en in het vuur gelouterd.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen