wraak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wraak
enkelvoud meervoud
naamwoord wraak -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wraak v/m

  1. het vergelden van doorgemaakt lijden
  2. voornemen om het doorgemaakte lijden te vergelden aan de veroorzaker
  3. straf.
  4. uit koers raken
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
wraken

wraak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wraken
    Ik wraak.
  2. gebiedende wijs van wraken
    Wraak!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wraken
    Wraak je?