waterpas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wa·ter·pas
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | waterpas | waterpassen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een werktuig dat gebruikt wordt om zeker te stellen dat iets loodrecht op de richting van de zwaartekracht komt te staan
- Een waterpas is een met vloeistof gevuld buisje met een luchtbel.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een werktuig dat gebruikt wordt om zeker te stellen dat iets loodrecht op de richting van de zwaartekracht komt te staan
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | waterpas |
| verbogen | waterpasse |
Bijvoeglijk naamwoord
waterpas
- horizontaal uitgericht (als) met een waterpas
- Niets is erger dan een niet waterpasse vloer van een kamer.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| waterpassen |
waterpas
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waterpassen
- Ik waterpas.
- gebiedende wijs van waterpassen
- Waterpas!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waterpassen
- Waterpas je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.