waterpas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een waterpas.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·pas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterpas waterpassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

waterpas v/m en o

  1. (gereedschap) een werktuig dat gebruikt wordt om zeker te stellen dat iets loodrecht op de richting van de zwaartekracht komt te staan
    Een waterpas is een met vloeistof gevuld buisje met een luchtbel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen waterpas
verbogen waterpasse

Bijvoeglijk naamwoord

waterpas

  1. horizontaal uitgericht (als) met een waterpas
    Niets is erger dan een niet waterpasse vloer van een kamer.

Werkwoord

vervoeging van
waterpassen

waterpas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waterpassen
    Ik waterpas.
  2. gebiedende wijs van waterpassen
    Waterpas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waterpassen
    Waterpas je?

Meer informatie