vloer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vloer
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord) via Middelnederlands vloer en Oudnederlands fluor van Germaans *flōrō, *flōrô, *flōraz (“vlak oppervlak, vloer, vlakte”), van Indo-Europees *plõro- (“vlak, effen”), van Indo-Europees *pele-, *plet-, *plāk- (“vlak, effen”).
enkelvoud meervoud
naamwoord vloer vloeren
verkleinwoord vloertje vloertjes

Zelfstandig naamwoord

vloer m

  1. bodem van een ruimte in een gebouw
Antoniemen
Vertalingen


Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

vloer m, later ook v

  1. vlakke grond, bodem
  2. vloer
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen