vlag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlag
enkelvoud meervoud
naamwoord vlag vlaggen
verkleinwoord vlaggetje, vlagje vlaggetjes, vlagjes

Zelfstandig naamwoord

vlag v/m

  1. een lap stof met op vaste wijze geschikte kleuren die gevoerd wordt als symbool van een partij of natie
    De vlag hing toen in Nederland halfstok.
Overerving en ontlening
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vlaggen

vlag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlaggen
    Ik vlag.
  2. gebiedende wijs van vlaggen
    Vlag!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlaggen
    Vlag je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen