vlaggen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Nederland): /ˈvlɑxə(n)/
- (Vlaanderen): /ˈvlɑɣə(n)/
Woordafbreking
- vlag·gen
Woordherkomst en -opbouw
- Denominaal afgeleid van vlag.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vlaggen /ˈvlɑxə(n)/ /ˈvlɑɣə(n)/ |
vlagde /ˈvlɑxdə/ /ˈvlɑɣdə/ |
gevlagd /xəˈvlɑxt/ /ɣəˈvlɑxt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vlaggen
- de vlag uithangen
- Op Koninginnedag wordt er volop gevlagd.
Zelfstandig naamwoord
vlaggen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vlag