vlaggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlag·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Denominaal afgeleid van vlag.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vlaggen
/ˈvlɑxə(n)/
/ˈvlɑɣə(n)/
vlagde
/ˈvlɑxdə/
/ˈvlɑɣdə/
gevlagd
/xəˈvlɑxt/
/ɣəˈvlɑxt/
zwak -d volledig

Werkwoord

vlaggen

  1. de vlag uithangen
    Op Koninginnedag wordt er volop gevlagd.

Zelfstandig naamwoord

vlaggen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vlag
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen