viooltje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vi·ool·tje
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | viooltje | viooltjes |
Zelfstandig naamwoord
viooltje o dim. tant.
- (plantkunde) Viola, een plantengeslacht met aardige bloemen
- Zij heeft een paar viooltjes thuis.
- (muziek) een kleine uitvoering van de gewone viool
- Mijn dochter speelt voorlopig nog op een driekwart viooltje.
Vertalingen
1. Viola, een plantengeslacht met aardige bloemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
viooltje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord viool