verplaatsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plaat·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verplaatsen
verplaatste
verplaatst
zwak -t volledig

Werkwoord

verplaatsen

  1. (overgankelijk) iets van de ene plaats naar de andere brengen
    In het schaakspel worden bij een rokade zowel de koning als de toren verplaatst.
    Als je een hortensia verplaatsen wilt, kun je dat het beste doen in de lente.
  2. (wederkerend) zich ~ van de ene naar de andere plaats gaan
    Zij heeft geen eigen auto en verplaatst zich meestal op de fiets.
Hyponiemen
Synoniemen
Vertalingen