veroorzaken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·oor·za·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| veroorzaken |
veroorzaakte |
veroorzaakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
veroorzaken
- (overgankelijk) de oorzaak zijn van
- Het doorknippen van het rode draadje veroorzaakte de explosie.