aandoen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·doen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aandoen |
deed aan |
aangedaan |
| onregelmatig | volledig | |
Werkwoord
aandoen
- (overgankelijk) (kleren) aantrekken
- (overgankelijk) (iemand iets) berokkenen
- (overgankelijk) (iets) aantasten
- (overgankelijk) (iemand) ontroeren
- (overgankelijk) (iemand of iets) bezoeken
- (overgankelijk) lampen ontsteken, kachel aansteken
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
2. (iemand iets) berokkenen
4. (iemand) ontroeren